tijdens kantooruren

[OPEN] Een presentatie in de openbare ruimte.

17 november 2006, ’s-Hertogenbosch

 

Titel: tijdens kantooruren

ieke: Ik wacht!

Vrouw: Waar wacht u op?

ieke: Op vooruitgang!

 

Tijdstip: tussen 9.30 – 17.00 uur

Plaats: verschillende plekken in de binnenstad van ‘s-Hertogenbosch

Materiaal: zwarte bureaustoel met wielen

Persoon: ieke trinks

Kleding: beige broek en jasje, dikke coltrui lichtblauw met strepen, bruine laarzen met vierkante punt, haar donkerblond stijl los dragend, blauwe en roze oogschaduw en zwarte mascara.

Publiek: ongeïnformeerde toeschouwers / deelnemers

Aandachtspunt: Geïnformeerden moeten opletten dat de performer onopvallend filmen of fotograferen.

Uitgangspunt: Tijdens kantooruren non-stop op de stoel zitten in de drukke winkelstraten van ‘s-Hertogenbosch. Niet eten, drinken, pauzeren, roken, bellen, hulp vragen of opstaan.

Waarom:

  • De bureaustoel spreekt tot mijn verbeelding. Wie heeft het ‘niet’ gedaan, iemand duwen of geduwd worden.
  • Een kantoorbaan hebben, het hebben van een baan.
  • Het straatbeeld veranderen door een beeld (situatie), waarvan we het gewend zijn binnen te zien, buiten plaatsen.
  • Verwarring zaaien.
  • Vanuit de studie Masters visuele kunst is mij gevraagd iets in de openbare ruimte te doen.  Mijn interesse was gericht op de interactie tussen voorbijgangers en de performer en wat dat teweeg brengt.  Wanneer reageren mensen en gaan daadwerkelijk iets doen?  Zijn mensen vriendelijk tegen elkaar?  Vinden mensen het raar wat de performer doet?  Ik ben vooral benieuwd of er iemand is die de performer spontaan gaat duwen.

Het verslag:

Ik begin om 9.30 uur met zitten.  Ik ben te laat.  Ik zit aan het begin van de drukke commerciële winkelstraat de Hinthamerstraat.  Fietsers, voetgangers en busjes passeren mij.  Mensen kijken naar mij. Ik probeer relaxed te zitten, benen over elkaar en af en toe wissel ik ze.  Zo nu en dan draai ik een beetje met mijn stoel, zo kan ik alles beter om mij heen zien.  Er zijn mensen die mij tijdens het passeren begroeten of glimlachen.  Sommige mensen maken een opmerking zoals: “Zit je lekker?” “Koud he!” “Dat heb je goed voor mekaar!” “Is ie te koop?” Anderen denken dat ik bij een winkel hoor of dat het een actie ter promotie voor bureaustoelen is.

In het eerste uur ben ik niet helemaal blij met de situatie.  De gedachte die door mijn hoofd gaat is: “Waar ben ik toch mee bezig?” Straks is er een busje die op mijn plek moet zijn. Gelukkig is er voldoende ruimte om mij heen te kunnen rijden.

Er komt een oudere man bij me staan met de vraag wat ik aan het doen ben.  Ik zeg dat ik aan het werk ben.  Hij vraagt of ik nog lang moet zitten en genoeg verdien?  Dan begint deze meneer over zijn werk te vertellen, over wat hij vroeger had gedaan en dat zijn werk altijd buiten was.  Nee, op kantoor zitten had hij nooit gekund.  Gelukkig loopt deze meneer door, ik zag mijn kans geduwd te worden verminderen door met deze meneer in gesprek te zijn.

Om tien uur komt er een meneer uit een winkel met een bekertje koffie, die ik uit beleefdheid aanneem, maar met in mijn achterhoofd dat het de risico voor een dringend toilet bezoek hiermee wordt verhoogd.

Het wordt drukker in de straat, vlak naast mij stopt een busje om iets uit te laden en er zijn mensen die mij kort aanspreken.  Dan komt er een grote vrachtwagen aanrijden.  Deze kan mij niet passeren doordat er al een busje staat.  Vastbesloten niet op te staan laat ik de vrachtwagen op mij af komen.  De chauffeur lijkt goed gezind te zijn.  Hij stopt en wenkt naar mij, ik probeer hem met gebaren duidelijk te maken dat ik blijf zitten.  Hij stapt uit en vraagt wat ik doe.  Ik zeg dat ik aan het werk ben. Hij moet erlangs.  Ik zeg dat hij dat dan zal moeten doen.  Hij zegt: “Zal ik je dan maar aan de kant duwen?” “Prima!” zeg ik.

performance 'tijdens kantooruren', in public space 's-Hertogenbosch, 2006, NL

performance ‘tijdens kantooruren’, in public space ‘s-Hertogenbosch, 2006, NL

 Na deze verplaatsing zit ik een lange tijd draaiend en rondkijkend op de zelfde plek, gewoon zoals een rustig dagje op kantoor.  Mensen die voor de tweede keer langslopen roepen: “Zit je daar nog steeds?”  Dan komt er weer een vrachtwagen aan rijden die mij niet kan passeren.  Mensen die bij mij staan zeggen dat ik aan de kant moet gaan.  Ik zeg dat ik wel aan de kant wil maar dat niet zelf kan doen.  Een oudere man, slecht ter been, zegt dat hij mij wel wil helpen en duwt mij vervolgens een stukje opzij.  Ik bedank deze beste man vriendelijk en ga vervolgens door met mijn werk.

Als er bijna een anderhalf uur erop zit, voel ik plotseling handen achter mij.  Een jonge man zegt: “Jij wilt zeker geduwd worden?”.  “Ja!” zeg ik vervolgens. Hoppa, ik word twee meter verder de straat ingeduwd.  En de jonge man loopt verder.

Weer verblijf ik voor een tijd op dezelfde plek en mensen lopen voorbij, begroeten, lachen, kijken verward, roepen en vragen.  Uiteindelijk komt er een man van middelbare leeftijd, samen met een vrouw aanlopen.  Hij had mij daarstraks ook al gezien, maar dan aan het begin van de straat.  Hij wil weten wat ik aan het doen ben.  Na mijn korte antwoord vraagt hij of hij mij een stukje moet duwen en welke richting.  Ik stem in en zeg daarbij dat het niet uitmaakt waar naartoe, hij mag dat zelf bepalen.  Zo word ik weer een flink stuk verder de straat in geduwd.

Weer sta ik weer voor een lange tijd op de zelfde plek tot er een vrachtwagen aan komt rijden.  Mensen zeggen dat ik uit moet kijken.  Ik blijf zitten en de vrachtwagen kan precies langs mij rijden.  Dan stopt er op vijf centimeter schuin rechts achter mij een busje.  Geschrokken ben ik niet, ik noem de bestuurder grapjas.  Nadat hij heeft uitgeladen zegt hij dat hij mij moet passeren.  Prima, zeg ik en of hij zo vriendelijk wil zijn dat zelf te doen.  De bestuurder stapt zijn busje in en opent zijn raampje om te zeggen dat ik nu echt weg moet gaan.  Mijn antwoord is dat ik dacht dat we hadden afgesproken dat hij dat zou doen. Dan rijdt hij tegen de armleuning van mijn stoel.  Gelukkig blijf ik overeind, wel met een verontwaardigd gevoel.  Dit incident laat mij met een ongelukkig gevoelen achter.  Aan het einde van de straat zie ik de zon en bij mij is het koud.  Ik wil niet laten zien dat ik het koud heb, mijn intentie is niet om medelijden bij het passerend publiek op te wekken.  Maar ik merk dat ik moeilijk vriendelijk kan blijven kijken en mijn aandacht is er op het ogenblik er niet goed. Ik word gered door die meneer met vrouw die mij al eerder hadden aangesproken.  “Zal ik je maar weer even duwen?”.  “Ja, graag” zeg ik.  Nu ben ik op een punt bij een kruising waar meer autoverkeer is.  De zon is inmiddels al weg en deze plek is behoorlijk tochtig.  En man roept dat het veel te koud is en dat ik weg moet gaan.  Een jonge vrouw met kinderen zegt als ze naar me toe loopt: “Jij wilt zeker geduwd worden?”  “Zeker!” zeg ik. “Ik moet pinnen dus duw ik je daar wel heen.” Zo’n enthousiaste dame maakt mij blij en ik kijk vrolijk wanneer ik word voortgeduwd.  Ze zet me vlak bij de pinautomaat neer en spreekt daar een oudere dame aan, of deze het misschien wil overnemen om mij een stukje verder te duwen.  Deze dame doet dat graag en wil daarmee iets goeds voor mij doen, dus duwt ze mij naar de overkant van de straat waar de zon schijnt.  Ik bedank haar vriendelijk en ben opgewekt nu ik mij een beetje kan opwarmen en dat ik in een korte tijd vooruitgang heb geboekt.

In de Kerkstraat waar ik nu ben is het rustig. Een wel geklede oudere dame kijkt mijn richting op. Naast mij is een terrasje waar een jonge man aan het schrijven is. Deze dame loopt naar die jongen en praat kort met hem en beiden kijken mijn richting op. Dan loopt de mevrouw door naar mij. Ze vertelt me dat ze dacht dat ik en die jongen iets met elkaar te maken hadden. Dat ik hier zit zodat hij in de gaten kan houden wat er gebeurd en dat opschrijft. Nu dit niet zo blijkt te zijn werd ze toch wel nieuwsgierig wat ik hier dan doe. Ik zeg tegen haar, zoals tegen vele anderen, dat ik aan het wachten ben. “Waarop?” vraagt ze mij. “Op vooruitgang.” is mijn antwoord. Een antwoord als deze bleek al voor meerderen te onduidelijk en was dan vaak de volgende vraag wat ik daar mee bedoelde. Of anderen vroegen of ik dan al vooruitgang had geboekt, met de opmerking dat als ik zo passief bleef dat ik niet veel vooruitgang zou boeken. Mijn reactie was dan dat ik dankzij hulp van anderen al ver was gekomen. Deze welgeklede dame wilde mij ook helpen, en omdat er alweer wat tijd verstreken was zat ik niet langer in de zon. Ze duwt mij opzij waardoor ik weer heerlijk in het zonnetje ben gezet. Bedankt mevrouw en tot ziens!

Zitten, zitten, en af en toe draaien. Er komt een man met een klein meisje, waarschijnlijk zijn dochter, aanlopen en reageert erg geïnteresseerd naar wat ik hier aan het doen ben. Ik geef, zoals aan velen, dezelfde antwoord. Hij wordt steeds meer enthousiaster. Bij deze actie van mij, komen er allemaal ideeën bij hem naar boven. Zoals dat mensen wat meer voor elkaar moeten doen. Hij wil graag meewerken en omdat ik niet in de zon zit brengt hij mij waar de zon nog wel is en meer mensen zijn. Hij duwt mij twee straten verderop en in de tussentijd praten we over hoe mensen in de openbare ruimte met elkaar omgaan. Deze engel moet naar het centraal station en is niet van plan om mij daar helemaal mee naartoe te nemen, omdat dit vast niet mijn bedoeling zal zijn en zet mij voor de ingang van een hotel neer. Hier zijn veel mensen, ze kijken en praten met mij. Ook mensen die ik deze dag al eerder heb gezien, ik hoor ze zeggen: “Hé daar heb je haar weer, nu zit ze hier.” Een jongen draait mij om tijdens het passeren. Een mevrouw denkt dat ik bij die kledingwinkel hoor. Ze blijft bij me staan en begint over een verdieping te vertellen, die ze wilde kopen. Dan begint ze over haar man die niet meer lang te leven heeft. Meteen daarop komt er een andere vrouw bij mij staan, die zegt dat ik zo’n mooie trui aan heb, precies de kleur die zij zoekt. Ze kan dit niet in de winkels vinden omdat die kleur nu geen mode is. Ze vraagt mij waar ik deze heb gekocht. Door sommigen word mijn aanwezigheid geïnterpreteerd als een persoon die als functie te informeren over zaken in de stad of om de weg te wijzen.

De zon is weer weg en een meneer die mij al eerder had geduwd, rolt mij naar een plek waar de zon schijnt. Een jongen en een meisje benaderen mij en willen mij ook wel even duwen en vragen waarheen. “Wat jullie willen.” zeg ik. Ik zit nu 15 meter in de buurt van het VVV kantoor. Op het plein, de markt, houden jongeren mij in de gaten. Een clubje dames komen bij mij staan om uit te zoeken wat ik hier doe. Eén van de dames zegt tegen haar metgezel dat ze weet dat ik er een hele goede reden voor heb. De jongeren van het plein komen nieuwsgierig naar me toe en duwen mij een stuk verder, nu sta ik pal voor het VVV kantoor. Dit word meteen opgemerkt door een meneer en mevrouw en na een kort gesprek wil de mevrouw mij naar een specifieke plek duwen. Bij de Hemaworsten, want iedereen heeft zo z’n heimelijke genoegens en dan kan ik mooi eens kijken welke mensen die Hemaworsten eten.

Om 16.00 uur komt er een meisje met dreadlocks en fiets in handen naar mij toe lopen. Ze vindt het helemaal geweldig en zet haar fiets op slot en duwt mij ergens heen waar het warmer is, want ze vindt het vervelend voor mij dat ik zo in de kou zit. Ze besluit mij in de kledingzaak Zara neer te zetten.

Ik twijfel over haar keuze omdat de winkel een commerciële ruimte is, maar dit laat ik niet aan haar blijken. Na afscheid te nemen laat ze me achter in de winkel. Hier zijn twee klanten die mij van buiten herkennen en vragen wat ik toch doe. Mijn antwoord is dat ik met een onderzoek bezig ben. Nadat deze twee vertrekken komt de winkelbediende naar mij toe en begrijpt helemaal niet waarom ik hier ben. Al snel daarna komt de bazin met een geïrriteerde stem op mij af om te zeggen dat dit niet de bedoeling is dat ze wil dat ik de winkel verlaat. “Prima” zeg ik, “Maar u zal mij moeten duwen.” Dit doet ze resoluut en met moeite wordt ik over de winkelmat heen op de stoep gezet. Mijn nieuwe plek is nu voor de ingang van de kledingzaak Zara. Een meisje dat mij passeert wijst mijn haar vinger naar haar voorhoofd. De beveiliging komt en zegt dat ik weg moet. Ik antwoord rustig dat ik dat wel wil, maar dat hij mij even moet duwen. “Geen enkel probleem!” zegt de beveiligingsbeambte. “Ik zet je vóór de etalage bij de paspoppen neer. Zo zit je mooi!”

Niet veel later wordt ik door een paar jonge meiden 10 meter richting de markt terug geduwd. Het begint nu schemerig te worden. Een groepje Marokkaanse jongens komen op mij aflopen met de vraag of ze mij mogen duwen. Ik zeg oké, maar twijfel want de straat loopt iets schuin omlaag en misschien dat ze uit enthousiasme heel hard gaan duwen, waardoor ik tegen een auto of een voetganger knal. Ja hoor, ik word keihard geduwd. Het voelt dat ik ben losgelaten, een lichte paniek voel ik opkomen, maar het blijkt dat er toch nog één jongen aan de stoel hangt. “Doei!”

Nu heb ik nog maar 20 minuten te gaan. Bas en Koen lopen naar mij toe en duwen mij helemaal tot voor het VVV kantoor. Het voelt een beetje als een anticlimax, omdat ik wordt terug geduwd vanwaar ik kwam en omdat zij geïnformeerd zijn. Dan komt er een stelletje naar mij toe die me gade hadden geslagen vanuit een café. Nieuwsgierig naar wat ik aan het doen ben duwen ze mij uiteindelijk naar een gezellige straat met kerstverlichting achter het VVV kantoor. Nog 5 minuten en dan zit mijn werkdag erop.